home | fotoalbum | privelog | stats | gelinkt door | beheer | maak je eigen weblog aan! | Wil je mijn visitekaartje? punt.nl

 

Het zoetste in Minne zijn haar stormen
Taal/Gedicht | De veelzijdige liefde | 13 December 2009 | 22:03:34
Het zoetste in Minne zijn haar stormen
in haar diepste afgrond liggen haar hoogste vormen;
in haar verdolen is bij haar vertoeven,
naar haar hongeren is zich voeden, haar proeven;
om haar vertwijfelen is zeker wezen;
haar scherpste wonden doen genezen;
om haar vergaan is verder leven;
als zij verzwindt blijft zij zich geven;
haar te ontberen doet ons goed;
verborgen verlicht zij ons gemoed;
in haar nemen schuilt haar schenken;
woordeloos zijn haar mooiste wenken;
door haar geboeid zijn we bevrijd;
hoe zij ook slaat, zij troost altijd…



Hadewijch, 12e eeuw
Reacties... 7 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 592

Wil je mijn visitekaartje?

De Magiër, de Wijze en de Dwaas
Taal/Column | Doosjes | 23 November 2008 | 20:53:43
Een magiër, een wijze en een dwaas zitten samen bij een olijfboom onder de Griekse zon. Hier staat met wat verbeelding een prachtige natuurbeschrijving, speciaal om u in stemming te brengen. Lees en passant ook de beschrijving van het vreemde drietal. Ze zien er inderdaad precies uit zoals een magiër, een wijze en een dwaas eruit horen te zien. Zonder beschrijving kun je niet missen, alles is déjà vu. De camera zoomt in op de magiër.
 
"Het leven is als de rijkste boetseerklei," sprak de magiër op gewichtige toon. "Klaar om door de handen van mijn wil gekneed te worden tot het mooiste wat ik er maar van wil maken. Ik schep de associaties, de voorwaarden voor het ontstaan van het eeuwige verband tussen microcosmos en macrocosmos en wil het leven omdat het leven is zoals ik het wil. Is dat geen goed leven?"
 
"Wat is een goed leven?" vroeg de wijze. "Al was ik machtig als de Keizer van Rome, al kan ik het leven nog zo boetseren naar mijn wil; wat baat het mij als ik niet dorstig was naar de drank die ik niet lust, naar de kennis die ik weiger, naar de schoonheid die ik niet zag en naar de vrouw waarvan ik dacht dat
ze me niet wou? Het leven is mijn leraar, in voor- en tegenspoed. Wie wil tegen de stroming van het leven in zwemmen? Alleen zachtheid legt moeiteloos hardheid bloot en maakt het opnieuw zacht. Het leven is mijn wil."
  
Ten slotte sprak de Dwaas. "Eens wou ik iets zo graag, negen voor tien, dat wat ik wou waar werd, hebben jullie dat ook gezien? Of wou ik iets zo graag niet dat het ongedaan werd gemaakt? Een groot onrecht, jaja! Ik weet het niet meer. Wellicht wel weer weldra. De anderen zagen het niet dus ik was hun zwarte piet. En toch zag ik het waarachtiger! Ja, het was prachtiger en weerloos toch machtiger dan waar zij het over eens waren. Maar ach wat een eindeloze zinloze verwarring. Ik wist niet langer of ik nu magiër was en de wereld naar mijn hand gezet had, of dat ik wijs was en de wereld mij de hare had gemaakt. Gij magiër, die zegt dat hij het leven bepaalt, en gij wijze, die zegt dat het leven hem bepaalt: vertel mij hoe ik ten alle tijden kan weten wat binnen en wat buiten is?"
 
Maar de magiër en de wijze zwegen enkel. De dwaas zuchtte zacht. Hij ging verder, maar zijn stem klonk anders. "Zagen jullie soms de schoonheid en haar grilligheden? Haar geboorte en haar dood? Alles wat ik wou en alles wat ik niet wou werd waar. Om op het kleinste karton te schrijven hoe die dingen in mij blijven, in de adem van de wind, in het levende hout, in het bloed van mijn gevoel, in de ruimte van dit bestaan. Hoe de nerf van handelen versneden is tot woestijnzand dat vervliegt tussen de vingers van mijn handen. In de huid van de dingen die, telkens als ik ze aanraak, de hare wordt. Ik waande mezelf daar waar binnen en buiten elkaar domweg vergeten zijn. Maar in het portaal werd mij alsnog gevraagd om van de helderste lichten in mij vallende sterren te maken om het Koninkrijk te mogen betreden." Hij zweeg en zijn blik draaide weg van het tweetal, naar een onbestemde plaats aan de horizon-
 
"Een lage kostprijs,"  onderbrak de magiër de stilte. "Werd mij de keuze gegeven, ik aarzelde niet".   "Vertel ons, wat was je antwoord?", vroeg de wijze.
 
"Ik weet niet. Ik ben misschien dwaas, maar niet gek."  zei de dwaas.
 
 
 
Reacties... 33 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 951


Assepoester
Taal/Column | Life is what happens | 09 September 2008 | 11:57:35
Een cappuccino, een chocoladecroissant en een gewone. Drie Marokkaanse mannen in de bediening en witte tegels tegen de muur. Dat past. Aan de muur hangt een poster van hard werkende mensen onder de brandende zon in een ver en arm land. Ik zet me aan de enige vrije plaats aan het achterste tafeltje. Van hieruit heb ik goed zicht op de motor die dit bakkerijtje draaiende houdt. Ze heeft een vriendelijk breed gezicht, een blauw-wit geruit hemd met half lange mouwen, een lange broek en een hoofddoek aan. Ze is druk in de weer met schalen vol lekkers. Het is duidelijk dat ze een strak patroon volgt, maar ze handelt gestaag vanuit een rust. Ik hou er van om de rust te zien in iemand die zich bij iets neergelegd heeft alsof alles altijd zo geweest is en altijd zo zal zijn. Tijdloos schijnt de zon en het voedsel smaakt me. Als ik een kwartiertje later alles heb opgepeuzeld is ze vele malen heen en weer gelopen zonder één blik in de zaak te werpen. Dat wil zeggen, voor zover mijn ogen -die heb ik nooit thuis kunnen houden- me niet bedrogen. Vind ik wel knap. Van haar.
 
De man van wie de zaak is jongleert letterlijk met het zoontje van een vrouw die aan een tafeltje tegenover me zit. Het jongetje van een jaar of zes heeft een speen in zijn mond en vindt het duidelijk niet leuk. Hij zwaait met zijn armen en slaakt piepjes die enkel als hulpbehoevend geïnterpreteerd kunnen worden. Moederlief spoort het kind aan zich te berusten in zijn lot: Rustig blijven jongen, rustig!  De man poogt middels hardnekkig hernieuwd handthousiasme de zaak te redden en zwaait hem achter zijn rug, woeps over zijn nek en -zwiep- weer voor hem neer. Het jongetje huilt nu bijna.  
 
De plaats is plots te klein. De figuren op de poster schrapen met lange nagels langs het kader van hun wereld in een poging zich te bevrijden. Tegels barsten uit hun voegen, croissants springen aangebrand uit de band. De frisdranken ontdoen zich van hun flesjes in de koelautomaat die nu wispelturig tegen de muur staat aan te drukken. De jongen in blauwe joggingsbroek trekt nonchalant zijn portefeuille uit zijn broek zoals een pistolero zijn geweer op een te warme zondagmiddag en laat de feuilles door de lucht vliegen. Ren Rachida! Ren! Leg je hoofddoek af en ren! Beter nog, hou alleen je hoofddoek aan en dans Rachida. Dans voor ons het feest van je levende zelf. Doe ons schamen dat we na al die eeuwen ons nog steeds verbergen.
 
Ik verlies mij liever dan lief in de onrust van mensen die nimmer kunnen berusten in de wereld, alsof het nooit zo had moeten zijn. Als loyaliteit en vrijheid beide kinderen van de Liefde zijn, dan zijn ze soms net als Kaïn en Abel.
Reacties... 7 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 428


Steigers, vlotjes en Duiven
Taal/Column | Life is what happens | 06 Augustus 2008 | 01:43:01
Ik dacht dat ik wou schrijven over acrobatentoeren op een veel te klein vlotje. Vijf meter lange, zware balken waterpas te plaatsen als leggers voor de aanbouw van een steiger. Ik hou van steigers en ik had er nooit eerder eentje gebouwd. Maar liever wou ik vertellen van de eendjes. Toen de palen voor de steiger in de grond geslagen werden, kwam een dappere moeder eend met vier piepkleine jonkies om hapjes bedelen. Het vuil op de bodem was boven komen drijven door het heien van de palen en met mijn laatste boterham probeerde ik ze -redelijk succesvol- weg van die smerigheid te lokken. Zo hebben de eendjes geleerd waar er eten te halen viel. In de dagen die volgden verrastten ze me als ik vanuit de meest onmogelijke posities op het te kleine vlotje -yoga is voor broekies- plots dat jonge gesnater zag verschijnen op zoek naar lekkers. Ik had het eerlijk gezegd eerst niet zo ontzettend op die twee witte ganzen met hel blauwe ogen en rare lawaaierige snavels. Maar die keer toen de ganzen het met veel kabaal opnamen voor moeder eend met haar jonkies die bedreigd werden door een reiger, zijn ze serieus in mijn achting gestegen. Niet dat die twee er veel aan hebben. Maar het is fijn dat ik nu kan vertellen aan mensen dat ik ganzen een heldendaad heb zien verrichten. Ik weet niet of het aan diezelfde reiger ligt, maar moeder eend zwemt nu nog maar met drie jonkies rond.
 
Ik vond op de loopbrug van ons schip een prachtige veer. Blij als een kind met mijn trofee-van-de-dag, stak ik hem als mascotte voorzichtig in mijn binnenzak. Die dag streelde ik me af en toe over mijn arm of over mijn wang met die veer, zo mooi vond ik hem. Enkele dagen later word ik verrast door een laag overvliegende duif. Ik had hem al enkele dagen in de gaten. Het beestje is gek op de vlierbessen die hier recht voor de steiger staan. Tussen de hapjes door kijkt hij me telkens even aan. Zijn blik schippert in mijn ogen tussen nieuwsgierig en voorzichtig, tussen argwaan en vertrouwen. Als hij onhandig van tak tot tak hopt zie je dat een duif gemaakt is voor lange afstanden en niet voor die korte stukjes die geen uithoudingsvermogen, maar wel precisie vergen. Het is een erg grappig zicht. Misschien word ik daarom blij van deze duif. Misschien omdat hij steeds terugkeert. Deze keer schoot hij zoals gezegd rakelings over me heen. Verschrikt draai ik mijn hoofd om en zie achter me op de steiger... een prachtige veer die als twee druppels water op de mijne lijkt. Betekenissen zonder tekens. Dingetjes die je eigenlijk nauwelijks kunt beschrijven. De bijna dagelijks terugkerende momenten met Hans, een oudere man die hier is om zijn 27 jarige dochter te helpen. Soms komt ze mee, vaker is hij met zijn hond Pedro op wandel. Heel lieve mensen. En wat een bijzondere hond.
 
Is het leven nog verrassender dan de fantasie, of is de fantasie er deel van? Na het slopen van het oude vlot dat die naam nog nauwelijks waardig was, ging ik sloopvuil uit de gracht halen op een geleend werkvlotje. Wat oude tonnen, plastic flessen en stukken verrot hout gooi ik op de kade. Maar bij het binnenhalen van een touw ondervind ik weerstand. Ik trek iets harder en tussen het vuil beweegt een handtas van lichtblauw jeans, helemaal opgezwollen van het vocht. Met de leren handschoenen die ik speciaal aanschaftte voor het slopen van het vlot open ik het tasje. Ik laat het water eruit lopen. De complete inboedel van deze kleine waterwoning bestaat uit wat touwtjes, een pakje maandverband, een Casio wetenschappelijke rekenmachine met toetsen die dieprood waren verkleurd, wat verroeste sleutels aan een plastic hartje dat ooit doorzichtig was, een make-up tasje en twee water doordrenkte boekjes. De toestand van de boekjes is erbarmelijk. Als ik ze nieuwsgierig nader bestudeer vallen ze vrij eenvoudig open op een bladzijde die nog enigzins leesbaar is, maar als ik erin wil bladeren blijkt het papier verandert in papier-maché ver voorbij de houdbaarheidsdatum. Slappe pap. Uit die ene bladzijde kan ik toch nog wat opmaken over de inhoud. Het dikste boekje blijkt een cursus organische scheikunde, het andere bevat persoonlijke notities. Een half ontcijferde alinea gonst van romantiek. Ik stop alles terug in het tasje en gooi het bij de rest van het vuil dat op de kade slordig verzameld ligt. Alles behalve het make-up tasje. Het is donkerblauw en staat vrolijk vol vijfpuntige sterretjes die vast ooit goudkleurig zijn geweest. Ik roei met een stuk hout met verroeste spijkers het vlot terug naar de steiger en leg het tasje apart zonder erin te kijken. Vele uren later thuisgekomen open ik het tasje. Er blijkt geen make-up, maar schrijfgerei in te zitten. Wat doorlopen ingedeukte viltstiften, een boel potloden, een schaartje. Ik rommel wat door het zakje en haal er een donkerblauwe metalen pen uit. Ik open hem voorzichtig. De pen is van binnen helemaal droog en ziet er in perfecte staat uit. Na inspectie blijkt er zelfs nog wat zwarte inkt in de vulling te zitten. Ik zoek een maagdelijk vel en zet nieuwsgierig de pen op het papier. De woorden rollen eruit alsof de pen zelf schrijft. Ik dacht dat ik wou schrijven over acrobatentoeren op een veel te klein vlotje.  
 
Reacties... 18 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 553


Perte totaal
Taal/Gedicht | Dicht | 23 Mei 2008 | 00:49:32
 
Ik kan niet precies zeggen wat ik wil zeggen
misschien herkent de lezer dit gevoel.  
 
Wat heb ik dan gezegd?
 
 
Een tafel is geen wafel
een boom geen boom
't heeft geen zin  
als deze zin niet zegt wat hij zegt
 
wat is dan verzwegen?
 
 
Zo perte to taal
(niet)  
 
achter de feiten aanlopen
 
 
zoals een hond achter een kat  
de ongebroken vorm en de meetlat
niet zeggen wat ik bedoel,
niet denken wat ik voel  
 
 
zoals een gedachte na de sensatie
eerst het gebeuren dan de consternatie  
verlangen om je dag vol te behangen
met rozen, ervaren vervangen door verlangen
 
 
zoals de wil achter een droom
zoals een schilder voor zijn boom
zoals een man achter een lijf
nooit vangt hij dat wijf
   
 
 
paard achter kar  
taal is een nar.  
 
 
Reacties... 11 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 605


Dat dan weer wel
Muziek | Life is what happens | 24 April 2008 | 21:56:56
Zo vader, zo zoon.
Dat dan weer wel...
 
 
 
Reacties... 24 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 632


Op de helling
Taal/Column | Life is what happens | 07 April 2008 | 01:05:54
Ik moet het al enkele weken hebben geweten, maar toch dringt het pas op het aller-laatste moment tot me door. Dat was in dit geval vrijdagavond. We hadden reeds allerlei plannen om zaterdag het sanitair voor de in aanbouw zijnde woonark uit te zoeken in het zuiden van het land. En dan zo ergens rond het avondeten voel ik langzaam iets in me groeien... ergens diep in mij heeft het zich verscholen gehouden, als een tijger in het struikgewas het juiste moment afwachtend om toe te slaan. Het begint als een mist die net wat teveel kleur heeft om als helemaal onbestemd te kunnen bestempelen. Langzaam komen wat contouren als verstomde kreten in een vreemde taal. De kreet van een boot in dit geval. Onze zeilboot die volgens mijn brein wellicht volgende weekend al te water gelaten zou moeten worden. We noemen dat hellingen of hellen, zelfs al gaan de boten te water. Volgende week is volgeboekt, dus hoe ga ik het klaarspelen om de zeilboot zijn o-zo nodige jaarlijkse behandeling te geven? Schuren, afnemen, verven, anti-fouling, de ganse mikmak, de hele reutemeteut. Den hiele battaklan. Maar nee, dit is erger, de mist heeft zichzelf nog steeds niet volledig gestalte gegeven. Want ziet u, het is toch het eerste weekend in oktober dat de boten op het droge moeten, en het tweede weekend in april dat ze er weer in moeten. Toch?  
 
Ik ben ooit tot 5 uur in de ochtend uit geweest met mijn zwager zaliger. Nee hij leeft nog, ik bedoel onze toenmalige geestestoestand. We hadden immers voldoende geconsumeerd om de gemiddelde brouwer bovengemiddeld blij te maken. Dat is op zich niet heel erg bijzonder want brouwer zijn in België levert bepaald geen windeieren op en wij hebben wel vaker brouwers gelukkig gemaakt. Maar terwijl ik zo rustig de intrede van mijn kater in dromenland lig op te wachten, begint er iets in mijn droom te dagen. Ik zou mijn tweejaarlijkse verlenging van mijn project verdedigen voor een jury op 14 mei, 14-5. En daar gaan de poppen, eh getallen aan het dansen. "Is 14-5 gelijk aan 15-4?", plagen ze me... Nee, dat is niet helemaal hetzelfde. "Kijk", leggen ze me geduldig uit, "14-5 is pas volgende maand, terwijl 15-4 niet zover meer af is". Ik schiet met een ruk wakker, kijk op de klok. Het is half tien in de ochtend. Ik grabbel wat officiële documenten bij elkaar en ja hoor: ik had een half uur eerder voor die jury moeten zitten. Met mijn nog stomdronken kop (het betrokken lichaamsdeel was de benaming hoofd niet langer waardig) bel ik de coördinator van de projecten in Brussel op en geef een bijna eerlijk relaas van mijn vergissing. Hij vertelt me bloedserieus dat ik zonet de belangrijkste datum van die vierjarige periode gemist heb en dat hij niet kan zeggen of hij nog iets voor me kan doen. Na overleg met de voorzitter van de zittende jury telefoneert hij me terug en meldt me dat ik nog mag komen proberen, maar ik moet snel daar zijn. Ik bel mijn zwager uit zijn bed (ik had toentertijd nog geen rijbewijs), leen de wagen van mijn moeder en we rijden naar Brussel. Voor een verslag van de rit verwijs ik door naar hem. Mijn geheugen laat me even oostindisch in de steek. Ze hebben me uren in de wachtkamer laten wachten. Waar dient zo'n kamer anders voor? Om katers uit te laten? Eigen schuld, maar eind goed al goed.
   
 
Boer zoekt boot Terug naar het heden en mijn probleem aldaar. Is het nu het eerste weekend in oktober dat de boten op het droge moeten, en het tweede weekend in april dat ze er weer in moeten, of, het tweede weekend in oktober dat de boten op het droge moeten, en het eerste weekend in april dat ze er weer in moeten?   Ik kijk na in de nieuwsbrief van de vereniging en ja hoor: morgen gaat ie het water in. Here i go again. Uitstel is niet mogelijk, want er liggen boten achter onze boot die ook graag willen zwemmen, maar daarvoor moet wèl eerst onze boot het water in. Mijn gade is evenmin gelukkig met dit nieuws, want ze wou erg graag dat sanitair uitzoeken met mij. Ze noemt een gebrek aan respect en realiteitszin. Ik begrijp haar volkomen, maar het is tevergeefs. Ze weet dat het (lees: ik) hopeloos is (lees: ben). Hellen is voor mij heilig: buiten dat ik het vertik om het werk door anderen op te laten opknappen, is het een van de weinig terugkerende momenten in het jaar dat ik mij kan voelen zoals god bedoelt zou kunnen hebben dat mannen zich moeten voelen. Met leren handschoenen in stinkende kleren zware houtsblokken onder boten duwend, elkaar soms haast norse commando's toeschreeuwend. Dikke scheepstouwen en stalen karren op rails. Krikken, hefbomen en stabiliteit inschatten. Dergelijke meer. I love it. Daarna bier en verhalen. De inhoud van de conversaties doet er niet toe, de sfeer is eigenlijk altijd geweldig, want je hebt samen wel even je scheepjes op het droge gebracht, of ze juist weer te water gelaten. Het is misschien de mooiste armoede die wij mannen te bieden hebben aan vrouwen: samenwerking in de afwezigheid van een noemenswaardige psychologische interpretatie van de ander.
 
onze boot op de hellingVijfenzestig boten zijn zonder ernstige ongelukken in één dag te water gegaan. Een hele prestatie, al had het anders kunnen zijn. De Shae kantelde op haar kiel en we moesten met drie aan het touw gaan hangen. Ik wou op een gegeven moment een trailer het water induwen samen met de boot die erop stond. Gelukkig werd ik wakker voor ik het deed. Net op tijd, zoals steeds, zie je. (you better knock on wood) Je leert erop vertrouwen en ik moet er soms om denken dat ik er niet nog nonchalanter van wordt. De alertheid die mij soms deelachtig is wordt door de grote eerlijke weegschaal in het universum volledig gecompenseerd door mijn vermogen me te laten absorberen door hetgeen niet zichtbaar is voor de omstaanders. Ahum, da's mooi uitgedrukt, niet?   't Is geen kwade opzet of gebrek aan respect. Ik ben er niet trots op. Maar of ik het nu leuk vind of niet, soms zet ik de planning gewoon op de helling.
 
Reacties... 13 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 700


Limited supply
Taal/Column | De veelzijdige liefde | 31 Maart 2008 | 01:13:39
 
..echt de allerdomste mens op de wereld hoorde ik laatst op straat. Lachreflexen krijgen hun mooiste kansen op onverwachte momenten. Niet om die allerdomste mens, of om degene die het zei, maar omdat ik viel over het woordje aller en me in mijn val prompt afvroeg wat voor iemand dat dan zou zijn en hoe je kan weten wanneer iemand die je kent de allerdomste mens is. Zo iemand kan onmogelijk een gewoon mens zijn, want allerdomst is alles behalve gewoon of normaal. Geen commentaar op bovenstaande zin graag. We verschillen minder van elkaar dan we graag toegeven, dus de normale mens, dat zijn er velen. Of niemand is normaal, da’s nog beter. De allerdomste mens dus ook niet.
 
Even serieus, probeer eens de allerdomste mens voor te stellen. Is de allerdomste mens iemand die schijnbaar niet kan communiceren? In wat voor zijnstoestand verkeert zo iemand eigenlijk? Of praat hij wel, maar geeft hij telkens het foute antwoord? Dan kun je dankzij hem - door hem ja-nee vragen te stellen - zelf de allerslimste mens ter wereld zijn, je moet alleen zijn antwoorden omdraaien. Of geeft zo iemand soms wel het juiste antwoord, en soms niet? Op welke vragen moet je de juiste antwoorden geven, en op welke de vragen de foute, om de allerdomste mens te zijn? Als die persoon erin geslaagd is te blijven leven, dan kan dat niet anders dan een uiterst beminnelijk wezen zijn. Zou jij jezelf niet aan zo iemand even willen uitbesteden?  
 
"Alles is economie, een spel van winst en verlies", legt een econome me hier op een conferentie in Oxford uit. Zo ken ik er nog wel een paar. De natuurkunde beschrijft alles, zegt de fysicus, want energie en materie zijn de basis van het universum. Biologie staat aan de oorsprong van alles, want zonder biologie geen leven. Alle waarneming en beeldvorming berust bij de biochemie want hoe we kijken en voelen wordt bepaald door hormonen, neurotransmitters, enz. Uiteindelijk gaat het in de wetenschap om sociologie, want de overlevingskans van elk idee staat of valt met de sociale aanvaarding van dat idee. Alles is idee zegt de platonische wiskundige. Alles draait om politiek & geld, alles draait om macht.  
 
Waarom willen de werkelijkheid beperken tot onze ideeën erover? Hoeveel doen we onszelf daarin tekort? In het perspectief van oorzaak en gevolg willen we blijkbaar graag in het vluchtpunt van de oorzaak staan. Maar eenderwaar je een cirkel doorknipt houdt hij op een cirkel te zijn. Hoeveel verstand heb je nodig om dat te zien?  
 
“En liefde, is dat ook economie?”, vraag ik. Ze lacht. “Oké, die hou ik graag uit de vergelijking”, zegt ze. Maar er staat altijd wel een nieuwe ridder op voor de goede zaak. “Ook liefde is handel, voor wat hoort wat”, zegt hij. “Jij krijgt zelf ook terug uit liefde. Altruïsme bestaat niet.” Een hele mond vol stellige voorbeelden volgt. Wie kan hem ongelijk geven? Maar op de vraag waarin dan gehandelt wordt en wat je dan precies van wie terugkrijgt als liefde om wat voor reden dan ook niet geleefd kan worden, blijft het antwoord achterwege. Als liefde als schaars goed beleefd wordt is dat niet omdat er maar een limited supply in het universum voorhanden is.
 
Produceren kost tijd, energie, toewijding, geld. Goederen zijn niet onbeperkt voorradig. De economie is in oorsprong de studie van hoe de mens omgaat met schaarse goederen. Immers, je kan niet handelen in iets waarvan er een schier oneindige hoeveelheid voorhanden is. Van wie is de oceaan? De lucht? Het zonlicht? De dieren? De mensen? De aarde? De maan? Van wie is dit universum? Naar wie luistert het?  
 
Hoe wij met schaarse goederen moeten omgaan is een vraag van vitaal belang voor ons overleven en dus is economie van het grootste belang. Maar in de huidige praktijk is economie niets ander dan kapitalisme met hier en daar een laagje vernis. Een ideologie die zegt dat we moeten wedijveren. Onbeperkte groei eist zij. Indien je niet harder groeit dan uw concurrent val je af. En we geloven het. We zijn als een kudde schapen die elkaar telkens weer vertelt dat voor wie als laatste aankomt aan de bovenkant van de heuvel er geen gras meer zal zijn. Zo hebben we leren rennen. En omdat we allemaal aan het rennen zijn, kan niemand stoppen.
 
Is dit de paradox van de economie: dat ze onbeperkte groei belooft en dat wil bereiken door te wedijveren om schaarse goederen? Nee, het is niet meer dan een triestige vergissing. Er is genoeg voor iedereen om een leefbaar leven te leiden. Mijn liefde voor de paradox is te groot om het een paradox te noemen. Dan liever de paradox van de liefde: hoe meer ze geconsumeerd wordt, hoe meer er ontstaat. De zon die gans alleen in het oneindige duister schijnt is één punt licht in het niets. Hoe meer haar licht gespiegeld wordt, hoe lichter het wordt.
 
Liefs!
 
 

Reacties... 29 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 576


Hutje op de hei
Taal | Life is what happens | 10 Maart 2008 | 23:55:51
Drie nachten in een hutje op de hei. Minder zinnen gesproken dan nachten geslapen.
Geen mensen, geen muziek, geen film, geen internet. Dank je lieve Doet & Marius.
 
 
 
 
Wat betekent het om goed te leven?
 
Veel kunnen we van anderen leren maar je bent je eigen rechter als het gaat om de vraag wat een goed leven is. Wat voor leven eindigt in een ontspannen glimlach op uw sterfbed? Daar aan het einde der dingen, als alle dromen en verwachtingen, alle verlangens en bewerkelijkheden voorbij zijn. Als uw lijf vertelt dat het afgelopen is. Einde van de vertoning. Wat blijft er dan? Welke rijkdom, welke liefde, welke wijsheid staat u dan bij?
   
Te leven zoals een eik met wortels diep in de aarde, de kruin naar de hemel gericht. Ademen en drinken. Je bladeren in de herfst ter aarde te laten dwarrelen. Jezelf naakt in de wereld zetten als antwoord op de winterkoude. Die beweging zo feilloos volgen dat je zelf de metronoom van dat ritme bent. Knoppen ontknopen in de lente. Groen stralend in de zomer. Je hele zijn te danken hebben aan aarde, water, lucht en zon en behalve jezelf niets in de wereld doen bewegen om dat te bekomen.  
 
 Te leven zoals een eekhoorn en zonder faalangst van tak naar tak te springen, het bos doorkruisen zonder de grond te hoeven raken. Te graven in de aarde met omhooggestoken staart en met opgestoken pluizig gepunte oortjes, klaar om bij de eerste tekenen van onraad de dichtsbijzijnde boom weer in te duiken en zo snel je kan naar boven te klimmen. Eventjes maar, dan weer een stukje terug en je kopje om de stam heen buigen om je nieuwsgierige oogjes te laten zien waarvan je nu eigenlijk schrok. En als je moe bent van al dat springen en de dagen worden weer korter samen met je vriendje een notenvoorraad aanleggen voor de lange winterslaap.
 
Te leven zoals de heide waar dieren hun onderkomen vinden. Als strogele grashalmen die door de wind gestreeld de aarde van een wuivend dons voorzien. Als een koppeltje Turkse tortelduiven naar Afrika te vliegen als de bladeren geel en rood kleuren en de herfstwinden weer aantrekken. Te leven als een mens die zich de vraag voorgoed ter harte heeft genomen zonder in een antwoord te vervallen.
 
 
 

Reacties... 17 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 831


Hol
Taal/Citaat | Doosjes | 01 Maart 2008 | 23:50:45
 
 
 

Reacties... 7 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 626


It takes 2
Relaties | Voor Waar Nemen | 13 Februari 2008 | 21:44:01
Wat gebeurt er als een pasgeboren baby voor het eerst zijn oogjes opent en twee maagdelijke kijkertjes hun licht in de wereld werpen? Je eerste gok zou misschien zijn dat zo'n baby de wereld wel ziet, maar nog geen interpretatie maakt van wat hij ziet. Maar kijkt zo'n baby wel naar de wereld? Allerlei signalen vinden hun weg van oog naar brein, maar dit is geen gewoon stel hersens. Het weet nog niets maar barst en bruist van een uiterst aanpasbaar en energiek leven. De signalen van linker- en rechteroog zijn niet gecorreleerd. Het babybrein "weet" a priori niet dat er een verband is tussen wat linker- en rechteroog zien. Hoe komt het dat te weten?
 
In zijn zoektocht naar verbinding maken, probeert het brein allerlei soorten verbanden te leggen. Wat werkt en wat niet? Het antwoord ligt in de coherentie van de invariant, in het nederlands: de samenhang van wat niet verandert. Want de uitwendige werkelijkheid is dat wat niet verdwijnt als je inwendig verandert en dat geldt eveneens andersom. Een fenomeen wordt als "meer werkelijk" waargenomen als zijn coherentie onbeweeglijkheid geniet onder de invloed van grotere veranderingen. Als je knippert met je ogen en de leeuw staat er nog steeds, dan is het tijd om te rennen.
 
Je kan de oplossing van het visuele spagaat, de zoektocht van een baby naar het spekatel van de wereld, op een veel kortere tijdschaal opnieuw beleven door een werkelijk prachtige, relatief recente (1979) vondst: de SIRD.   Een afdoende uitleg zou ons wat te ver brengen, dus verwijs ik voor meer informatie en voorbeelden over Sirds naar hier en hier. Heel kort gezegd is een Sird een twee-dimensionaal plaatje dat op het eerste zicht enkel ruis voorstelt en dat bij het juiste staren plots een drie-dimensionaal plaatje wordt.
 
Hier is hoe je tewerk gaat om het mee te maken. Men neme een Sird, bijvoorbeeld van een van de internetlinks hierboven of de roosjes hier onderaan dit logje, en make hem, na het gedwee downloaden naar uwer harde schijf, wat groter, bijna net zo groot als het computerscherm. Daarna ga je staren naar een punt dat achter het scherm gelegen is. Dat is eerst wat lastig omdat de ogen het beeld dan niet scherp zien. Een hulpmiddel voor mensen met een glanzend computerscherm, is te staren naar hun eigen reflectie in het scherm. Er bestaan webpagina's over hoe u ze best kan leren zien. Sommige hebben er weinig moeite mee ze te zien, anderen doen er even over maar vinden het gaandeweg steeds makkelijker en weer anderen zien ze nooit. Het is de moeite van het proberen waard en als u lang genoeg staart, moet het lukken. Je kunt zo echt aan den lijve ondervinden hoe uw ogen & brein zich suf zoeken iets zinnigs uit dat beeld op te maken. En dan plots verschijnt er een drie-dimensionaal beeld! Eerst een gekke vorm in het centrum van het plaatje, dan wat meer, maar nog wat flou om vervolgens weer snel te verdwijnen. De ene is wat makkelijker te zien dan de andere. Na een tijdje staren blijft het beeld helemaal stabiel. Een ware visuele aha erlebnis is het gevolg. Try it!
 
Het is vindingrijk en spectaculair dat je een drie-dimensionaal beeld kunt opbouwen uit een louter twee-dimensionale beeld. Dat alleen al maakt de Sird meer dan de moeite waard. Maar wat ik zo fascinerend vind aan Sird is dat ze laten zien dat de werkelijkheid gelaagd is naargelang verschillende soorten van waarneming. Al die lagen zijn in die ene werkelijkheid vervat.
 
In de rechtzaak waarin de werkelijkheid op de beklaagdebank zit vind men steeds twee grote groepen tegenover elkaar staan. Onbewogen en schijnbaar niet in een staat om nader tot elkaar te komen. Die twee groepen zou je kort-door-de-bocht subjectief versus objectief zou kunnen noemen. Er zijn wetenschappelijk herhaalbare experimenten die deze naïeve opdeling in twijfel schijnen te trekken. Experimenten die lijken ons over te willen halen naar een participatieve werkelijkheid: eentje waarin tenminste de mogelijkheid bestaat voor een waarneming die het onderscheid tussen objectief en subjectief doet verdwijnen. Ik vind dat stunning. Zo stunning, dat ik het er al eerder over heb gehad. En zelfs nog eerder. In feite is dit wat ik beoogde met de toovermunten uit Le Rouge et le Noir. Of check de rubriek voor waar nemen. I humbly confess.
 
Ieder zijn eigen werkelijkheid? De postmodernistische draak steekt nogmaals zijn meerkoppige eye of the beholder op in de eenzame lucht van een niets ontziend relativisme. Hij werd in het leven geroepen om de absolutistische opvattingen van religie en cultuur op haar grondvesten te doen schudden. En met recht, de mens moest zich van dat juk bevrijden. Maar als het echt zo is, waarom spreken we dan uberhaupt met elkaar? Er moet een relatie zijn tussen die subjectieve waarheden. Eenheid en samenhang. Het is toch zo dat wij in elke rechtzaak feiten aan het licht willen brengen. Hoe zijn die twee noties verenigbaar? Of is het deels objectief, deels subjectief? En is die scheidingslijn tussen die twee dan objectief of subjectief? Voelt u nattigheid?
 
Alle postmoderne filosofen (de heer zij met hun, en met hun geest) niet ten spijt, maar wat betekent het eigenlijk echt om te zeggen dat elke waarheid steeds louter subjectief is? Als alle waarheden inderdaad subjectief zijn, dan heeft u immers ook meteen een eerste objectieve waarheid gevonden, namelijk de absolute waarheid dat alle waarheden subjectief zijn. Als daarentegen niet alle waarheden subjectief zijn, zijn er ook objectieve waarheden. Welke van de twee u ook prefereert, de subjectieve waarheid voor-onderstelt steeds het bestaan van een objectieve waarheid. Ik spreek mij hier bewust niet uit over de uitspreekbaarheid of de ver-taal-baar-heid van waarheden, enkel over de mogelijkheid van hun bestaan. Maar wellicht is de werkelijkheid groter dan iets dat zich laat capteren in die eenvoudige dichotomie. Een eerste stap zou kunnen zijn om al die subjectieve waarheden als schilderijtjes in de hal naar de grote werkelijkheid te zien. Op sommige schilderijtjes zou je zelfs een stukje van die hal kunnen zien! Amusant en er op een bepaalde manier ook deel van. We bouwen allemaal mee aan de beelden, aan onze logos. De gang wordt kleuriger, al vult hij nooit de ruimte. Ik vind dat idee aantrekkelijk. Maar er is een nog veel radikalere stap te zetten op de treden die logos naar de waarneming voert.
 
Verstrengelde toestanden in de kwantummechanica, Toovermunten en Kwokkels. Ze lijken er alle op te wijzen dat er mogelijk nog een ander perspectief op de werkelijkheid is. Immers, in al die gevallen is er sprake van totale vrijheid voor iedere (lokale) waarnemer op zich, maar van een patroon, een gestalt, dat pas op de voorgrond treedt als we die waarnemingen als een collage naast elkaar leggen. Return of the Sird. Eén oog ziet ruis, het andere oog eveneens. Maar samen kunnen ze een wereld laten zien. Sometimes it takes 2 to see space, zoals de ogen van een baby.
 
Er bestaan soortgelijke tekeningen, SIS genoemd, die geen ruis, maar een duidelijk plaatje voor elk oog afzonderlijk laten zien, maar een totaal ander (drie-dimensionaal) plaatje voor beide ogen. De roosjes hieronder is een voorbeeld van zo'n SIS. Zo kunnen dus twee waarnemers het er volkomen over eens zijn wat ze zien in de werkelijkheid, maar als ze vervolgens die waarnemingen werkelijk aaneenschakelen zouden ze een totaal andere werkelijkheid zien. Zoals de twee ogen, of Alice en Bob. Zoals je gehoor en zicht koppelen.   Je reuk en tastzin tesamen.
 
Hoe weet je wanneer je jezelf iets wijs maakt? Het antwoord ligt in de coherentie van de samengestelde waarneming. Als je oog de SIRD of SIS eenmaal ziet, is er geen twijfel meer mogelijk. De wakkere kan zich de vraag over de werkelijkheid van de droom wel stellen, omdat hij de ervaring heeft van meerdere beelden van de werkelijkheid. Ironisch genoeg is niet hij degene die dat in vraag zou moeten stellen. De coherentie van het samengestelde beeld is relatief zoveel groter dan die van beelden apart. Zo leert een baby kijken. Maar ook later geldt dat voor elke samensmelting van waarnemingen. Dat is wat genoemd wordt de transformatie der dingen. Tot slot zou ik u graag willen vragen: wat vind je van die derde waarheid: is ze objectief, subjectief, of participatief?
 
 
 
 
Een SIS roosje, speciaal voor u. Valentijn valt dit jaar de dertiende.
Reacties... 26 | bewerk | geef kudos | verstuur | kopieer | bekeken x 791


Home   weblog sinds: 2006-10-30

Ontwikkeld door punt.nl en gehost door mijndomein.nl. Problemen met de inhoud van deze log? Klik hier.